'' Een revelatie op het einde van vorig seizoen was de
textielkunstenares Ellie Vossen, (.....) . ''..... het vierkant
vlechtwerk met cijferlinten(amper een cm breed) - bleke katoenen
repels waar in het rood getallen zijn ingeweven - doen aan als
concrete gedichten , ware het niet dat hier in de eerste plaats
vanuit plastisch oogpunt met maat en getallen wordt omgesprongen
, waardoor ook het relief licht en schaduwspelingen verwekt .
Het werk doet bijzonder gevoelig aan , als rooskleurige
miniaturen , vooral waar de cijfers op de keerzijde van het
lint bijna op arabisch schrift gelijken . (....) Ellie Vossen
noemt haar werk ''Cijferlint-bindingen '' en het is juist het
woord ''bindingen'' dat naar de beschouwelijke kant van haar
intentie refereert. Binding is niet alleen formeel te
interpreteren . De cijfertjes in het geometrische vlechtwerk
hebben , doorgedacht , met cellen en gemeenschap te maken , met
een idealistisch bijeenzijn . Misschien is het vergezocht , maar
waar de kunstenares in haar (eveneens in de Zwarte Panter )
geexposeerde monumentaal werk ''7 plus een'' (.....) een
ruimtelijke binding creeert - concreet aan de basis , abstract
uitgevoerd , bijna surreeel overkomend - worden tal van
associatieve mogelijkheden gesuggereerd. Iedere plastieke
container omvat de wilde wortels van de '' monade '' , die
evenveel contact zoeken met de omringende monaden , een
gekanaliseerd contact omdat gemeenschap de individuele anarchie
dient terug te dringen. Dat is een interpretatie . In dat verband
kan ook door de niet rollende maar vast geplaatste monade het
beeld van een leidende geest worden opgeroepen. Wat hier ook van
zij , een existentialistische dialectiek is het kunstwerk
ingeweven en dat maakt er mede de ongewone kracht van uit .
Ellie vossen wil niet doorgaan voor een filosofe , maar in haar
vormgeving , die zich meer en meer op monumentaliteit en
abstractie toespitst , calculeert zich onafwendbaar bezinning en
contemplatie in . ‘’
(Paul de
Vree, in De Periscoop, september 1976 , p. 7 , naar aanleiding
van de tentoonstelling in de Zwarte
Panter,Antwerpen.)
‘’ Ellie Vossen is met haar artistieke activiteit
niet uit gegaan van de materie textiel. Zij had concepten in haar
hoofd waarvoor ze soepele moduleerbare materialen nodig had ,
zodat textiel voor haar een keuze van het middel is. Hierdoor
neemt zij een aparte plaats in bij de textielkunstenaars . Voor
haar is textiel een zeer ruim begrip : vele kunststoffen , als
plastiek en zelfs papier , kan zij onder deze noemer verzamelen
. Haar werkwijze bestaat erin eerst modellen uit te werken op
kleine schaal , die haar dienstig zijn als materiaalonderzoek ,
als oefening in het aanvoelen van de gebruikte stoffen . Voor
Ellie Vossen betekent het creeren van een kunstwerk in de eerste
plaats een discipline.Een grond-idee wordt in zijn
verwerkelijking getoetst aan de zintuigen : men kan ze zien en
voelen. Om dit optimaal te bereiken , moet men streng de
opgelegde normen volgen bij de uitvoering van een project . Dan
pas kan het resultaat bevrediging schenken . Haar kunst is niet
gestoeld op zingende kleur of wervelende fantasie ; zij is de
stille getuige van haar logisch en constructief denken , met
sobere esthetiek geopenbaard . ‘’
Jan Walgrave
,in de catalogus ‘’ Hedendaagse Textielkunst in
Vlaanderen ‘’ ,Museum Maihangen , Lillehammer ,
Noorwegen , Aug.-Sept. 1979 .
Ik herinner mij nog goed mijn eerste gesprek met Ellie Vossen
, bij haar thuis in de Antwerpse Mercatorstraat , tijdens de
voorbereiding van de expositie Actuele Keramiek en
Textielkunst uit Antwerpen , in de zomer van 1974 gehouden
in het Sterckshof te Deurne . Het was een winterse dag en de
mooie , valse poes van een Aziatisch merk was niet in haar hum :
ik wou haar aaien en kreeg een pijnlijke klauw in mijn hand .
Maar Ellie was niet alleen bijzonder voorkomend , ze kwam ook met
een voorstel dat mij deed opschrikken . Haar
‘’Variabele Situatie ‘’ bestond
uit een paar enorme , korte cylinders , lange buizen , waarvan
een wel drie meter hoog , en een berg strengen , alles in textiel
uiteraard , vooral jute . Ik had er moeite mee , want ik stond
nog maar aan het prille begin van mijn belangstelling voor en
vertrouwdheid met de evolutie van de hedendaagse ‘’
kunstambachten ‘’ , zoals die dingen toen heten ,
naar een vrije kunstexpressie . Mijn provinciebestuur had mij wel
gebombardeerd tot vertegenwoordiger in de Belgische Nationale
Commissie voor de Kunstambachten , waarin echter vooral erg
conservatieve dames en heren zetelden, die nog droomden van een
heropleving van de traditionele kant en wandtapijtweverij . Later
in het zelfde jaar zou ik worden uitgezonden naar het
wereldcongres van de World Crafts Council in Toronto , waar voor
de gelegenheid een uitstekende , revelerende expositie getoond
werd van de nieuwe materiekunst , met werk van internationale
coryfeeen op het terrein van de textielkunst : Sheila Hicks
,Anne Terdjan , Olga de Amaral ,Peter en Ritzi Jacobi ….
In 1975 mocht ik dan in hetzelfde Sterckshof de expositie
‘’ Kunstambachten Benelux ‘’ samenstellen
, waarvoor ik ateliers bezocht van Nederlandse textielkunstenaars
, die veel contact hadden met de internationale beweging van de
hedendaagse textielkunst . In 1975 bezocht ik voor het eerst de
Biennale Internationle de la Tapisserie Contemporaine in Lausanne
, de 7e al , waaraan Ellie deelnam met het monumentale
‘’ 7 plus 1 ‘’ , een vervolg op de
‘’Variabele Situatie ‘’ van 1974 . Ik
begon er toen stilaan iets van te snappen .
In die context was het duidelijk dat Ellie al een hele tijd
intensief bezig was vanuit een beeldende achtergrond ,niet vanuit
een belangstelling voor textiel . Wel heeft zij zich toen vrij
snel ontwikkeld tot een van de meest boeiende kunstenaars die
textiel als medium aanwenden Daarmee bedoel ik dat ze eerst een
concept uitbroedde , een gegeven ontwikkelde , waarbij de materie
textiel wellicht in haar onderbewustzijn meespeelde ; maar toch
kwam steeds eerst de naakte idee , en pas daarna het uitkijken
naar het gepaste medium om die idee vorm te geven . Dat ze
hierbij bijna altijd op een vorm van textiel uitkwam wijst op
een zekere voorbestemming , maar moet zeker niet beschouwd worden
als een exclusieve mogelijkheid . Het begrip textiel was voor
haar zeer breed . Haar materiaal kon evengoed plastiek of papier
zijn . Ellie gebruikte dikwijls bestaande eindproducten als
cijferlint of papieren zakdoekjes , die ze samenbracht in een
raster , een soort vlechtwerk dat eenvoud en soberheid meedroeg
. Ze sprak van ‘’ Stapelingen ‘’ , een
term die zeker meer sloeg op de vele gedachten die door haar
hoofd gingen als ze met haar uitermate disciplinaire kunst
bezig was , dan op de bijeengebrachte materialen . Voor haar
was het creeren van een kunstwerk in de eerste plaats het
aanvaarden van een discipline. Het concept moest immers de proef
van de confrontatie met de zintuigen doorstaan : het moest in
een materiele realisatie nog steeds kloppen met wat ze wilde
uitdrukken , en dat kan niet zonder een strikt werkschema . Een
op het eerste gezicht koele ordening kwam tot leven als een
gevoelig kunstwerk , dat het niet moest hebben van formele
grootsprakigheid en lyrische ontboezemingen , maar van een
bescheiden ordening , waaronder men de ingehouden gevoeligheid
kon raden . Het kunstwerk drukte met andere woorden iets anders
uit dan textiel : ondanks het gebruik van een specifieke materie
werd toch een taal gehanteerd die de kijker verwijderde van het
materiaal , hem meedreef in een denken dat de gebruikte grondstof
op de achtergrond hield en verwees naar andere idee, die niets
met textiel van doen had : een abstrakt begrip , een generaliteit
, een groter thema.
Met deze principes en met de opbouw van haar oeuvre stond Elle
Vossen in Vlaanderen erg alleen : andere met textiel werkende
kunstenaars als Lieva Bostoen , Jacques De Groote ,Liberta ,
Veerle dupont , Hetty van Boekhout drukten met hun monumentale
werken wezenlijk textiel uit . Wellicht om deze reden heeft
Ellie Vossen niet dikwijls geexposeerd met andere textiel
kunstenaars . Bij voorkeur zocht zij een andere context op . Zij
exposeerde solo en met andere beeldende kunstenaars in de
Zwarte Panter Galerie en in het I.C.C. .
Ellie Vossen kan gerekend worden tot een beperkte schare van
kunstenaars die textiel op een bijzondere wijze wisten te
hanteren , die de materie ‘’ vergeestelijkten
‘’ door er andere dimensies aan toe te voegen .Haar
werk is verwant aan dat van de kunstenaars die deelnamen aan de
tentoonstelling ‘’ Stofwisselingen ‘’ in
Haarlem in 1979 . Daar werd het begrip stofwisseling eerst
ontleed , waarna de diverse aspecten ervan in experimentele
realisaties werden geillustreerd . Ook Ellie Vossen had zo haar
eigen ideeen over wat textiel kan zijn ; in de eerste plaats hoe
textiel in een gesublimeerde aanwezigheid haar kijk op de dingen
kon vormgeven.
De grote bloeiperiode van de hedendaagse textielkunst is
voorbij. De navel van deze ‘’ beweging
‘’ : de tweejaarlijk internationale tentoonstelling
in Lausanne is in 1995 ter ziele gegaan . Aan de ene kant is dat
jammer , maar anderzijds wordt textielkunst tegenwoordig niet
meer in een ghetto geplaatst zoals vroeger vaak het geval was.
Als een kunstenaar nu textiel als medium gebruikt , roept dat
geen associaties met toegepaste kunst meer op . Voor de
bescheiden , poetische creaties van Elli vossen heeft dat altijd
al gegolden .
Jan
Walgrave